Ieder organisatieonderdeel levert 10% in. Ieder budget gaat iets omlaag. Eerlijk verdeeld, netjes gelijk over de hele linie. Het voelt rechtvaardig, maar strategisch is het zelden.

Want de kaasschaaf stelt niet de belangrijkste vraag: wat draagt nog bij aan waar we als organisatie naartoe willen en wat niet meer?

Een initiatief dat morgen het verschil kan maken, levert evenveel in als een initiatief dat allang zijn waarde heeft verloren. Iedereen doet een beetje minder van hetzelfde, in plaats van kritisch te kiezen en daadwerkelijk te stoppen met wat onvoldoende bijdraagt.

Het resultaat is voorspelbaar: een jaar later zijn de resultaten niet wezenlijk anders, is het budget weer krap en schuift de kaasschaaf opnieuw over de organisatie.

Bezuinigen vraagt óók om portfoliokeuzes. Niet alles een beetje minder, maar durven stoppen met wat niet genoeg bijdraagt.