Mijn antwoord? Veel minder romantisch dan je denkt. ‘Het is net een bevalling!’, grapten we tegen elkaar. Het manuscript is opgeleverd en je denkt: dit doe ik nooit meer! Tot je het in je handen houdt en stiekem heel trots bent.

Er zijn veel mooie momenten geweest: discussies over ideeën, het moment waarop ineens een hoofdstuk staat. Het lastigste zit ergens anders.

Het idee zit in je hoofd. Linda en ik begrijpen elkaar feilloos, en ja ‘we vinden er wel wat van!’ Maar hoe krijg je dat op papier, zodat het ook klopt voor een lezer die niet in ons hoofd zit?

Dat betekende: de complexiteit onderkennen en terugbrengen naar de essentie. Schrappen, twijfelen, opnieuw beginnen. Soms denk je dat een hoofdstuk af is, een dag later gooi je de helft weer weg.

We zijn zeer scherp naar elkaar op de inhoud. ‘Dit vind ik echt nog niet goed.’ ‘Dit is niet consistent.’ ‘Deze zin snapt niemand!’ Net als in ons werk. En ondertussen hebben we ontzettend veel plezier.

Schrijven lijkt achteraf verrassend veel op strategie uitvoeren. Niet door steeds iets toe te voegen, maar door scherpe consistente keuzes te maken. Soms zit de grootste winst juist in wat je besluit weg te laten.